Kaboutermutsjes en waardevol contact

Wat begon met een voorstel van een cliëntbegeleider, groeide uit tot een waardevol ritueel.

Iedere drie weken staat Riet Stam in de keuken van woonlocatie de Weeshuystuinen in Hoorn. Daar kookt ze voor alle bewoners en de medewerkers. Er is altijd gezelligheid, veel contact en het gevoel iets wezenlijks bij te dragen. Riet: “In al die jaren heb ik een band opgebouwd met de bewoners. Dat vind ik belangrijk, want de meeste mensen met een beperking hebben een kleine wereld.”

Wat gaan we eten?

Wat gaan we eten?

Riet: “Mijn dochter woont hier al jaren. Ik gaf regelmatig kookworkshops aan kinderen via Stichting Netwerk. Toen Hillegonda (cliëntbegeleider, red.) daarvan hoorde, vroeg ze: ‘Vind je het leuk om dat hier ook te doen met alle bewoners?’ Inmiddels sta ik al vijf jaar elke drie weken hier in de keuken. Ik kook meestal voor zo’n veertien man. De bewoners schrijven zich in voor de maaltijd. Dus meehelpen of aanschuiven bij de maaltijd is geen verplichting. De meeste bewoners kiezen voor gezamenlijk eten, maar je mag de maaltijd ook meenemen naar je eigen woning. Ik word altijd met open armen ontvangen. Het contact met de bewoners is hartverwarmend. Zodra ik binnenkom, is de eerste vraag: ‘Wat gaan we eten?’ Ik vind het belangrijk om gevarieerd te koken, maar ik maak ook succesrecepten. Zo staat er vanavond Mexicaanse salade op het menu, met lekker veel groente en verschillende soorten bonen. Die valt altijd in de smaak. En met dit warme weer kunnen we lekker buiten eten!”

Mijn dochter spreek ik heel vaak, daardoor kan ik ook aandacht geven aan de andere bewoners

Kaboutermutsjes

Kaboutermutsjes

“Een week van tevoren bedenk ik wat we gaan eten en dat geef ik door aan de leiding. Sommigen lusten geen broccoli. Daar houd ik wel rekening mee. Anderen lusten geen tomaat, maar als tomaten in een saus zitten, heeft niemand het meer door. Ik doe altijd zelf de boodschappen. Daarbij zorg ik dat er altijd genoeg snijwerk is. Geen voorgesneden groente dus. Niet alle bewoners helpen mee hoor, meestal een stuk of vier, waaronder mijn eigen dochter. Die moet wel natuurlijk”, zegt Riet met een knipoog. “Als we aan tafel zitten geniet ik van de trots van de helpers. Dat hebben we mooi samen gemaakt! Ik houd ook wel van een beetje creativiteit. Gevulde paprika’s noem ik bijvoorbeeld kaboutermutsjes. En afgelopen Pasen maakte ik het gerecht ‘kip en het ei’. Een kipgerecht met een eisalade ernaast. Naast de driewekelijkse maaltijd is een vaste traditie dat ik in Sinterklaastijd langskom om pepernoten te bakken.”

De meeste mensen met een beperking hebben een kleine wereld. Doordat ze mij kennen is hun netwerk toch net iets groter.

Kleine wereld

Kleine wereld

“Het koken en samen eten is altijd gezellig. Samen dingen klaarmaken zorgt voor een leuke dynamiek en sfeer. Ik vind het belangrijk voor de bewoners dat mijn komst structureel is. Dat er regelmaat in zit. Zo zijn ze aan mij gewend geraakt en hebben we een band opgebouwd met elkaar. Dat vind ik belangrijk, want de meeste mensen met een beperking hebben een kleine wereld. Doordat ze mij kennen is hun netwerk toch net iets groter. Na het eten ruimen we alles met elkaar op. Ik blijf altijd nog even koffiedrinken. Mijn dochter spreek ik heel vaak, daardoor kan ik ook aandacht geven aan de andere bewoners. Het koken geeft mij heel veel voldoening. Het is ook gewoon leuk om iets voor een ander te doen, toch?”

Meer verhalen over Vrijwilligers

Marketingspecialist in de moestuin van Het Erf

Vrijwilliger worden kun je natuurlijk om allerlei redenen doen. Bij Geert Groot (43) begon het eigenlijk uit eigen belang.

Lees verder

Opgegroeid op het Reigersdaalterrein

Activiteitencoördinator John Molenaar kreeg altijd de vraag: ‘Komen je dochters nog’? Niet zo gek, want Marit, Inge en Lian waren altijd kind aan huis op het terrein.

Lees verder
bekijk alle verhalen